ECLI:NL:RBZWB:2025:7597

ECLI:NL:RBZWB:2025:7597, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, 25/4605 PW VV

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 06-11-2025
Datum publicatie 12-11-2025
Zaaknummer 25/4605 PW VV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Verzoek om proceskosten. Afgewezen. Bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M. el Idrissi),

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen (college), verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen de beslissing van het college om de uitbetaling van haar recht op een uitkering op grond van de Participatiewet te blokkeren. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen die beslissing.

Verzoekster heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het college heeft besloten om de blokkering op te heffen. Daarbij heeft zij verzocht om vergoeding van proceskosten.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank verzocht om het verzoek om proceskosten af te wijzen.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Het college is met het opheffen van de blokkering aan het verzoek van verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is onder meer sprake van een bijzondere omstandigheid wanneer verzoekster, voordat zij een verzoek om voorlopige voorziening indient, niet eerst bij het bestuursorgaan vraagt de werking van het besluit op te schorten.

Is sprake van een bijzondere omstandigheid?

5. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten. Verzoekster ontving vanaf 3 december 2024 een bijstandsuitkering van het college naar de norm voor een alleenstaande. Wegens opname in een inrichting is de norm per 24 april 2025 gewijzigd naar de norm verblijvend in een inrichting. Op 2 september 2025 heeft de gemachtigde van verzoekster het college gemeld dat verzoekster sinds 11 juli 2025 niet meer in de inrichting, maar weer in de gemeente Terneuzen verblijft. Het college heeft naar aanleiding van deze melding een onderzoek ingesteld naar het recht op uitkering van verzoekster. Daarbij is de betaling van de bijstandsuitkering geblokkeerd per 2 september 2025. De bevindingen van het onderzoek hebben geleid tot het besluit van 18 september 2025 waarin het college heeft bepaald dat verzoekster per 11 juli 2025 recht heeft op een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden. Hoewel verzoekster al sinds 11 juli 2025 weer in [plaats] zou verblijven, heeft zij daarvan pas ruim anderhalve maand later melding gemaakt bij het college. Dat betekent dat het college pas na de melding op 2 september 2025 een onderzoek naar de verblijfplaats van verzoekster en haar recht op bijstand vanaf 11 juli 2025 kon instellen. Uit het rapport dat het college heeft overgelegd, leidt de voorzieningenrechter af dat dit onderzoek voortvarend is opgepakt en dat het college daarbij veelvuldig contact heeft gehad met verzoekster. Het enkele dagen na de blokkering, namelijk op 8 september 2025, indienen van een verzoek om voorlopige voorziening acht de voorzieningenrechter dan ook wat voorbarig. Daar komt bij dat niet is gebleken dat (de gemachtigde van) verzoekster naar aanleiding van de blokkering eerst contact heeft gezocht met het college alvorens een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Gemachtigde heeft weliswaar aangegeven dat verzoekster telefonisch niet kon achterhalen waarom haar uitkering niet was uitbetaald, maar het had voor de hand gelegen om dan via andere wegen, zoals per e-mail, contact te zoeken met het college. De voorzieningenrechter is niet gebleken dat (de gemachtigde van) verzoekster dit heeft gedaan. De voorzieningenrechter ziet dan ook reden om het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 6 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Constant

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand