ECLI:NL:RBZWB:2025:8099

ECLI:NL:RBZWB:2025:8099, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, BRE 25/1853

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 13-11-2025
Datum publicatie 27-11-2025
Zaaknummer BRE 25/1853
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Beroep tegen afgewezen aanvraag tegemoetkoming in kosten leerlingenvervoer. Zowel de Verordening als de relevante rechtspraak hanteren als uitgangspunt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer en de begeleiding naar en van de school. Van die hoofdregel wordt niet snel afgeweken. Eiseres voert in beroep aan dat haar situatie zich in betekende mate onderscheidt van de situatie van andere ouders. Haar dochters zijn beiden even oud, maar zij gaan allebei naar een andere school en de lessen op beide scholen starten ongeveer op hetzelfde moment. De kinderen kunnen niet voor elkaar zorgen en eiseres heeft geen sociaal netwerk waarop zij kan terugvallen. Omdat eiseres een bijstandsuitkering ontvangt, komt zij niet in aanmerking voor kinderopvang¬toeslag voor de buitenschoolse opvang en zonder die toeslag kan zij de buitenschoolse opvang niet betalen. De vader – met wie eiseres niet samenwoont – kan door zijn werk niet altijd voldoende bijdragen. De door eiseres aangevoerde omstandigheden zijn, ook in combinatie met elkaar, al in meerdere uitspraken – waaronder die van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste rechter op dit gebied – onvoldoende bevonden om een geslaagd beroep op de hardheidsclausule te kunnen doen. Dat wat eiseres aanvoert, is dan ook niet voldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Het college heeft dus in redelijkheid het bestreden besluit kunnen nemen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. L.L. Ross),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, college.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 23 oktober 2024 bij het college voor het schooljaar 2024/2025 leerlingenvervoer voor haar [dochter 1] aangevraagd. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft het college deze aanvraag afgewezen, omdat de afstand tussen de woning van eiseres en de school van [dochter 1] korter is dan het afstandscriterium van zes kilometer en omdat [dochter 1] niet is ingeschreven bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

In de beslissing op bezwaar van 20 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaarschrift van eiseres ongegrond verklaard. Daarbij is de afwijzingsgrond over de dichtstbijzijnde toegankelijke school komen te vervallen. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres is naar de zitting gekomen, samen met haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Rombouts.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiseres ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

3. De regels over leerlingenvervoer zijn opgenomen in de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020 (Verordening). Deze regels bevatten onder meer het in overweging 1 aangehaalde afstandscriterium. Partijen zijn het erover eens dat de aanvraag van eiseres niet voldoet aan dat afstandscriterium. Het geschil is beperkt tot de vraag of het college toepassing had moeten geven aan de zogenaamde hardheidsclausule van artikel 23 van de Verordening. Dat artikel bepaalt dat het college de bevoegdheid heeft om in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders af te wijken van de in de Verordening opgenomen regels.

4. Omdat toepassing van de hardheidsclausule een bevoegdheid van het college is – en dus geen verplichting – heeft het college veel ruimte om te beoordelen of, en zo ja hoe, het de hardheidsclausule toepast. Door de aard van de bevoegdheid toetst de rechtbank het toepassen of afwijzen van de hardheidsclausule terughoudend.

5. Zowel de Verordening als de relevante rechtspraak hanteren als uitgangspunt dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer en de begeleiding naar en van de school. Van die hoofdregel wordt niet snel afgeweken. Eiseres voert in beroep aan dat haar situatie zich in betekende mate onderscheidt van de situatie van andere ouders. Haar dochters [dochter 1] en [dochter 2] zijn beiden even oud, maar zij gaan allebei naar een andere school en de lessen op beide scholen starten ongeveer op hetzelfde moment. De kinderen kunnen niet voor elkaar zorgen en eiseres heeft geen sociaal netwerk waarop zij kan terugvallen. Omdat eiseres een bijstandsuitkering ontvangt, komt zij niet in aanmerking voor kinderopvangtoeslag voor de buitenschoolse opvang en zonder die toeslag kan zij de buitenschoolse opvang niet betalen. De vader – met wie eiseres niet samenwoont – kan door zijn werk niet altijd voldoende bijdragen.

De door eiseres aangevoerde omstandigheden zijn, ook in combinatie met elkaar, al in meerdere uitspraken – waaronder die van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste rechter op dit gebied – onvoldoende bevonden om een geslaagd beroep op de hardheidsclausule te kunnen doen. Dat wat eiseres aanvoert, is dan ook niet voldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Het college heeft dus in redelijkheid het bestreden besluit kunnen nemen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van het leerlingenvervoer voor [dochter 1] tijdens het schooljaar 2024/2025 in stand blijft. Eiseres moet zelf een oplossing voor dit probleem vinden.

7. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres ook geen proceskostenvergoeding en zij ontvangt het betaalde griffierecht niet terug.

8. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J.E. Loontjens, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Breeman

Griffier

  • mr. S.J.E. Loontjens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand