RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 september 2026 in de zaak tussen
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/2560 BESLU VV
[verzoekers] , uit [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (college), verweerder.
Procesverloop
Verzoekers hebben op 4 mei 2026 bezwaar gemaakt tegen de feitelijke weigering van het college om hen opvang te bieden en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Het college heeft op 7 mei 2026 gemeld dat verzoekers tijdelijk zullen worden opgevangen in afwachting van een structurele oplossing. Verzoekers hebben daarop het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit de telefonische mededeling van 7 mei 2026 dat het college aan verzoekers is tegemoetgekomen. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het college te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten.
3. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 934,‑ en wegingsfactor 1).
4. Nu het college aan verzoekers is tegemoetgekomen, ziet de voorzieningenrechter hierin aanleiding om het college tevens te veroordelen tot vergoeding van het door verzoekers betaalde griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 2 september 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: