ECLI:NL:RVS:2025:5546

ECLI:NL:RVS:2025:5546, Raad van State, 17-11-2025, 202500669/1/V2.

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-11-2025
Datum publicatie 19-11-2025
Zaaknummer 202500669/1/V2.
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

202500669/1/V2.

Datum uitspraak: 17 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 januari 2025 in zaak nr. NL24.46350 in het geding tussen:

[appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 28 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de asielaanvraag afgewezen als ongegrond, bepaald dat appellant binnen vier weken na verzending van de uitspraak moet vertrekken naar Senegal en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Appellant, vertegenwoordigd door mr. A.K.E. van den Heuvel, advocaat in Made, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een nader stuk ingediend.

Bij brief van 10 september 2025 heeft de Afdeling de minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het arrest van het Hof van Justitie van 1 augustus 2025, Alace, ECLI:EU:C:2025:591.

Bij brief van 8 oktober 2025 heeft de minister het door haar ingestelde hoger beroep ingetrokken.

Overwegingen

1. De minister heeft de Afdeling laten weten dat appellant met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van appellant heeft, hoewel de Afdeling hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat appellant niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft appellant geen belang bij een beoordeling van het incidenteel hoger beroep.

2. Het incidenteel hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

3.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.C.S. Heinen, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Heinen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025

984

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.C.S. Heinen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand